EXTRA M² · · 5 min lezen
Hoe een jaren-30-woning in elkaar zit
Geen twee jaren-30-huizen zijn hetzelfde, maar veel ervan delen een aantal kenmerken. Die bepalen wat er bij een uitbreiding moet gebeuren.
- Gemetselde buitenmuren, vaak met een spouw die niet of pas later is geïsoleerd.
- Houten balklagen als verdiepingsvloer, die op de voor- en achtergevel of op een middenmuur rusten.
- Een schuine kap met dakpannen, vaak met een zolder die als berging of extra kamer wordt gebruikt.
- Een fundering die afhangt van de bodem: op stevige zandgrond vaak ondiep gemetseld, in slappe grond zoals in delen van Amsterdam, Haarlem en de Zaanstreek vaak op houten palen.
- Houten kozijnen, soms met glas-in-lood, en een gevelbeeld dat in de hele straat terugkomt.
Dat laatste is meer dan een detail. Jaren-30-wijken zijn vaak als geheel ontworpen. Gemeenten letten daarom extra op wat er aan zo’n blok verandert, zeker aan de voorkant en aan de kap.
Een uitbouw aan de achterkant
De achtergevel van een jaren-30-woning is meestal dragend: de balklaag van de eerste verdieping ligt erop. Wie de gevel opent voor een brede pui naar de uitbouw, moet die last eerst opvangen met een stalen ligger en tijdelijke stempels. Hoe dat in zijn werk gaat, leest u in de achtergevel doorbreken.
Belangrijk bij dit type woning is de vraag waar die ligger op komt te rusten. In een oude gemetselde muur moet de kracht vaak naar beneden worden geleid via een kolom of een versterkt stuk metselwerk. De constructeur rekent uit wat de bestaande muren en de fundering daar kunnen hebben.
De uitbouw zelf krijgt een eigen fundering. Staat het huis op houten palen, dan is het verstandig eerst te weten in welke staat die zijn. De gemeente Amsterdam raadt een funderingsonderzoek aan als u twijfelt aan de fundering of voor een grote verbouwing staat. Een uitbouw op nieuwe palen naast een huis dat op oude palen langzaam zakt, vraagt om een goede aansluiting die beweging toelaat. Meer over de keuze tussen stroken, heipalen en schroefpalen staat in fundering voor een uitbouw.
Optoppen: de kap verhogen of vervangen
Bij een plat dak is een dakopbouw een logische stap. Jaren-30-woningen hebben echter meestal een schuine kap. Dan zijn er grofweg drie wegen.
- Een dakkapel. Die maakt een deel van de zolder bruikbaar zonder de kap te vervangen. Voor wie vooral wat extra stahoogte en daglicht zoekt, is dat vaak de eenvoudigste en goedkoopste keuze. Wij bouwen zelf geen dakkapellen.
- De kap verhogen of steiler maken, zodat er een volwaardige verdieping onder ontstaat met het karakter van het oorspronkelijke dak.
- De kap vervangen door een dakopbouw met een eigen vorm, bijvoorbeeld met een plat of flauw dak.
Welke weg past, hangt vooral af van wat de gemeente in uw straat toestaat en van wat u boven nodig heeft. In een rij waar alle kappen gelijk zijn, kijkt de welstandscommissie kritisch naar een afwijkende vorm. Een afweging tussen beide staat in dakopbouw of dakkapel.
Constructief geldt hetzelfde als bij de uitbouw: de houten zoldervloer is niet berekend op een volwaardige verdieping, en de muren en fundering krijgen meer gewicht te dragen. Een dakopbouw in houtskeletbouw met prefab elementen is relatief licht, wat bij een oudere woning een voordeel is. De constructeur bepaalt of dat genoeg is of dat er versterkt moet worden.
Regels, welstand en beschermd stadsgezicht
Ook voor een jaren-30-woning gelden de landelijke regels voor vergunningvrij bouwen aan de achterkant. Die staan in vergunningvrij uitbouwen. Maar juist bij dit type wijk is de kans groter dat het omgevingsplan van de gemeente extra eisen stelt, of dat de buurt een beschermd stadsgezicht is. Dan kan ook een uitbouw aan de achterkant vergunningplichtig zijn, en wordt er strenger gekeken naar materiaal, kleur en vorm.
Een dakopbouw is vrijwel altijd vergunningplichtig. Doe daarom vroeg de vergunningcheck op het Omgevingsloket en kijk wat het omgevingsplan en het welstandsbeleid voor uw adres zeggen. Woont u in Amsterdam, kijk dan ook naar het Amsterdamse beleid voor dakopbouwen en beschermde stadsgezichten.
Oud en nieuw laten samengaan
Een nieuwe uitbouw of verdieping moet voldoen aan de huidige eisen voor isolatie en ventilatie. Het bestaande huis hoeft dat niet. Daardoor ontstaat een groot verschil op de plek waar oud en nieuw elkaar raken. Zonder aandacht voor die aansluiting kan daar een koudebrug ontstaan, met kans op condens en schimmel. Welke waarden gelden, volgt uit het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Een verbouwing is ook een goed moment om naar de rest van het huis te kijken. Een spouw die nog leeg is, kan vaak worden nagevuld, en een nieuwe verwarming voor de uitbouw moet samenwerken met wat er al is. Verder speelt het uiterlijk een rol: metselwerk dat aansluit bij de oude steen, kozijnen die passen bij de verhoudingen van de gevel.
Tot slot: ook in een jaren-30-woning kan asbest zitten, vaak uit latere verbouwingen. Voor sloopwerk aan gebouwen van vóór 1994 geldt het vermoeden dat er asbest is toegepast, en is in de regel een asbestinventarisatie nodig voordat er gesloopt wordt (artikel 7.9 Bbl). Op IPLO staat wanneer die plicht geldt.
Beginnen met kijken
Bij een jaren-30-woning is een bezoek ter plaatse geen formaliteit. Pas als we de achtergevel, de zolder en de meterkast hebben gezien, kunnen we zeggen wat er nodig is en waar de onzekerheden zitten. Dat bezoek is gratis. Vraag een offerte aan.